PERMANENT DESTRUCTION - The HM Concert door De Groene Amsterdammer

De Groene Amsterdammer - Donderdag 30 januari 2020

Essay: Het zit wel ‘snor’, vindt de regisseur

Essay: Het zit wel ‘snor’, vindt de regisseur

Essay Mensonwaardig vrouwbeeld

Geschreven door Naomi Velissariou

Als actrice word je geacht om stereotypische vrouwenrollen te spelen die de vrouw neerzet als minderwaardig. Daarmee wordt een machtsstructuur in stand gehouden waar we niet graag over praten: die van het patriarchaat.

Omdat ik naast theatermaker ook actrice ben, is het logisch dat ik af en toe auditie doe. Zo reed ik laatst van mijn huis in Amsterdam naar mijn schoonmoeder in Rotterdam om mijn drie maanden oude zoontje te droppen en door te rijden naar Antwerpen. Daar zou ik casting doen voor de hoofdrol in een televisieserie. Ik had de casting director gewaarschuwd dat na een drie uur durende rit mijn borsten op ontploffen zouden staan. Ze had lief voorgesteld om mij ter plaatse in alle privacy te laten kolven, een uur voor de komst van de regisseur.

Het thema van de serie was vrouwen en vriendschappen. Op de cover van de pdf met synopsis prijkte een foto van twee supermodellen die rug aan rug boos van elkaar wegkeken. Naast de synopsis had ik de scripts van de eerste twee afleveringen ontvangen, plus een scène om mee te auditeren. In de scène maakte mijn personage ruzie met haar man naar aanleiding van een etentje dat ze volgens hem niet goed had voorbereid. Onder de ruzie speelde haar onzekerheid over het feit dat de bloedmooie ex van haar man bij dat etentje aanwezig was, met wie ze dacht dat hij een affaire had. De dialoog was ‘well written’.

‘Als actrice kan ik er wel wat mee’, zei ik tegen de casting director tijdens het kolven, ‘maar als vrouw ben ik nog niet helemaal overtuigd van het mensbeeld dat aan de serie ten grondslag ligt.’

De casting director glimlachte en vertelde dat ze tijdens een eerste ontmoeting met de initiatiefneemster van de serie had moeten slikken toen deze over een volle vergadertafel had gegrapt: ‘Vrouwen boven de dertig die geen make-up gebruiken, hebben geen zelfrespect.’ De casting director is zelf een vrouw van boven de veertig, met kort haar en geen spatje make-up. Ze zei dat ze die uitspraak persoonlijk had kunnen nemen, maar er ook wel de humor van inzag.

Ik trok de plastic kapjes van mijn tepels en zei dat ik me gespleten voelde tussen mijn makerschap en mijn acteurschap. Dat ik als theatermaker de verantwoordelijkheden voel die eigen zijn aan een autonoom kunstenaar (ik denk er minstens een jaar over na vooraleer ik een uitspraak doe op een podium, in het bijzijn van de belastingbetalers die mijn jaar denktijd plús een kaartje voor mijn show hebben bekostigd). En dat ik het moeilijk vind dat je als acteur niet geacht wordt bezig te zijn met de inhoud van het kunstwerk waar je deel van uitmaakt, omdat er nu eenmaal een schaarste is aan rollen en een overschot aan acteurs. Je kunt elke ‘moeilijke’ actrice vervangen door twintig ‘makkelijke’. Ik zei dat ik vaak het gevoel heb dat ik ‘moeilijk’ gevonden word als ik inhoudelijke vragen stel over mijn personage. Vragen die niet per se iets te maken hebben met psychologie of emotie, die niet dienend zijn aan hoe ik het moet spelen maar die gaan over wat het betekent voor het grotere geheel, als ik het zo speel.

‘Hoe oud ben jij nu, Naomi?’ vroeg de casting director.

‘Vijfendertig’, antwoordde ik terwijl ik mijn concealer bijwerkte.

‘Dan heb je nog tijd genoeg. Wacht maar tot je naam hebt gemaakt, tot je iets op je cv hebt staan waardoor er naar je geluisterd wordt.’

In gedachten telde ik mijn prijzen thuis op de kast, en voelde mijn gemoed krimpen. De casting director stelde me gerust. ‘Kaart die dingen ook maar aan bij de regisseur’, zei ze. Op dat moment liep er een man van in de vijftig met lange krullen binnen, die zijn blik strak naar de grond gericht hield terwijl hij zichzelf een kop koffie inschonk en mompelde dat hij het laat gemaakt had de avond tevoren.

Ik stelde mezelf voor aan de regisseur en vertelde dat ik me herkende in de angsten van het hoofdpersonage. Maar dat die herkenning volgens mij twee dingen kon betekenen: 1) dat de serie erg lifelike geschreven was, een scherpe analyse van de vrouwelijke geest anno 2020; of 2) dat ik die angsten in de eerste plaats voel door toedoen van het mensbeeld in dit soort cultuuruitingen.

‘Misschien vertellen populaire series en films mij impliciet dat ik als vrouw een stoer maatje moet zijn voor mijn man, liefst een dat er per ongeluk uitziet als een boos supermodel, maar dat wel lief genoeg is om met enige flair een etentje te organiseren. En dat ik dan alsnog bedrogen kan worden wegens onzeker en dus vervelend. En omdat mannen in dit mensbeeld nu eenmaal altijd mannen zullen zijn.’

De regisseur nam een slok van zijn koffie en wreef over zijn vermoeide gezicht. Hij had net een heel team schrijvers ontslagen, zei hij (degenen die het zo well written hadden gemaakt), omdat het niet goed voelde dat er alleen maar mannen aan het script van een ‘vrouwenserie’ hadden geschreven. Hij had de initiatiefneemster van de serie ‘terug op haar eigen script gezet’ en had zelf eindelijk het gevoel dat het nu wel ‘snor’ zat met het vrouwbeeld. Ik keek naar het gerimpelde voorhoofd van de casting director. Over de zorg dat mijn angsten wel eens door dit soort narratieven zouden kunnen zijn ontstaan, zei de regisseur niets.

Terwijl de lampen op de stroom werden aangesloten, vroeg ik waarom de vrouwelijke personages zo karikaturaal werden omschreven. De een was volgens de makers goeiig en onzeker, de ander middelmatig en dom, een derde dik en rijk getrouwd, een vierde nep en diva, de vijfde was een nietszeggende mythomane en de laatste perfect want bloedmooi en superlief (en dus gehaat door de rest). De serie telde twee mannelijke hoofdpersonages, waarvan er een werd omschreven als ‘realistisch, werklustig, joviaal en plichtsbewust’. Wat hij in het vrouwelijke hoofdpersonage zag, was ‘dat wilde tomboy-gehalte waaraan het zijn ex ontbrak’. Wat hij volgens de makers in haar miste: ‘Dat hypervrouwelijke dat zijn ex definieerde’. Je zou bijna denken dat de angsten van het ‘onzekere’ hoofdpersonage terecht waren…

Het andere mannelijke hoofdpersonage werd omschreven als ‘correct, efficiënt, classy, vertrouwensfiguur, hoeksteen’. Hij was homoseksueel maar volgens de makers ‘geheel gaydar-proof’ en bovendien ‘niet van blanke origine’. Wat die laatste twee omschrijvingen ook mogen betekenen, met de diversiteit in de serie zat het dus ook ‘snor’. De regisseur zei dat de personages uitvergrotingen waren, dat dat de humor diende. Dat ze zo geschreven waren dat je (als vrouw) bij deze vriendinnengroep wilde horen. En hij voegde eraan toe dat, doordat de personages zo extreem en uiteenlopend waren, je uiteindelijk een vollediger vrouwbeeld kreeg dan met één genuanceerd hoofdpersonage.

Ik staarde in een studiolamp. Dus de adjectieven goeiig, onzeker, middelmatig, dom, dik, rijk, getrouwd, nep, diva, nietszeggend, mythomaan, mooi en lief maken bij elkaar een geschakeerd beeld van de vrouw anno 2020? In haar stand-upcomedyshow Nanette benoemt de Australische Hanna Gadsby het mannelijke perspectief in de kunstgeschiedenis als ‘putting a kaleidoscope filter on your dick’. Gadsby deed die uitspraak in de context van de overdreven sensualiteit waarmee vrouwen in de traditionele schilderkunst worden gerepresenteerd: ‘painting flesh vases for your dick flowers’. Maar naast geïdealiseerde vrouwbeelden zijn er natuurlijk evenveel kleinerende vrouwbeelden ontsproten aan diezelfde male gaze.

De regisseur zei dat de inspiratie voor de serie Bridget Jones was. Ik zei dat het mij vooral aan Mad Men deed denken. Daar kikkerde hij zichtbaar van op. Ik zei dat wat ik zo briljant vond aan Mad Men de indirectheid was waarmee het thema vrouwenemancipatie werd aangesneden. Mad Men draait ogenschijnlijk om de neergang van Don Draper, de getalenteerde, vastberaden en overspelige creative director van een New Yorks reclamebureau in de jaren zestig, maar in werkelijkheid gaat het over de opmars van zijn secretaresse Peggy Olson, die in de loop van 92 afleveringen gepromoveerd wordt tot de eerste vrouwelijke copywriter van het bedrijf. De boodschap van de serie komt des te harder aan omdat ze zo subtiel met de vorm ervan verweven is. Het verhaal lijkt over een mannenwereld te gaan (zoals alle verhalen die zich afspelen tussen de Griekse Oudheid en gisteren) maar in werkelijkheid thematiseert Mad Men juist dat gegeven (dat alle grote verhalen over mannen gaan).

De regisseur keek op zijn telefoon en de casting director sleepte twee studiolampen op een statief richting mijn stoel. Ik gaf niet op want naderde mijn cruciale vraag… Ik had immers slechts de eerste twee afleveringen van de serie gelezen. Wellicht waren die niet toonaangevend voor de rest. Misschien waren de impliciet-feministische vormprocédés van Mad Men doorgedrongen tot diep in Vlaanderen en maakte het hoofdpersonage over een tijdspanne van veertig afleveringen een gelijkaardige ontwikkeling door als Peggy Olson in Mad Men. Wellicht was het vrouwbeeld dat in de eerste twee afleveringen werd neergezet daarom zo overdreven normbevestigend…

Ik vroeg de regisseur naar de ontwikkeling van het hoofdpersonage. Waar ze uiteindelijk zou belanden, als wat ik had gelezen haar startpunt was. Ik vroeg of ze ook psychologische, emotionele of – wie weet – filosofische veranderingen doormaakte naar aanleiding van de ontwikkelingen in de plot (waarin ze door de makers heen en weer geslingerd werd van man naar man en weer terug)…

De regisseur verloor stilaan zijn geduld. Hij antwoordde dat het om een serie ging die op het randje balanceerde van het genre soap, dus dat ik misschien verkeerde verwachtingen had van de inhoudelijke reikwijdte van zo’n cultuuruiting. Hij zei het niet met die woorden. Hij zei iets als ‘het is een soap, wat voor filosofische diepgang had je precies verwacht?’, maar het was een lieve man dus het klonk niet zo bot.

Inmiddels baadde ik in het studiolicht en zag dat de casting director spijt begon te krijgen van het feit dat ze de regisseur op een zaterdag uit zijn bed had gehaald en mij uit Amsterdam had laten overkomen voor een rol waarvan ze aan de telefoon al had gezegd dat ze ‘erg breed aan het casten was’. Dezelfde documenten die ze mij had gemaild waren namelijk ook verstuurd naar televisiezenders en een van de grootste commerciële zenders had meteen toegehapt. Zo hard toegehapt zelfs dat het de makers een beetje had overvallen. Ze hadden met spoed aan de bel van de casting director getrokken om met nog meer spoed aan het draaien te kunnen slaan. Als de zender zoveel potentie zag in een serie over een vriendinnenclub is hier blijkbaar een gigantisch publiek voor, dacht ik. Massa’s vrouwen gaan zichzelf in deze serie gerepresenteerd zien…

Terwijl ik de scène speelde, dacht ik aan alle keren dat ik casting had gedaan en dat er mij gevraagd werd of ik wat zachter wilde spelen, wat kwetsbaarder, omdat ik te sterk overkwam op beeld. En ik dacht aan die keer dat ik een hoofdrol in een film had geweigerd omdat ik het personage te zeer een slachtoffer vond van het leven dat ze leidde. Ik had beterschapswensen van bevriende collega’s ontvangen omdat naar aanleiding van die weigering het gerucht de ronde deed dat ik ernstig ziek was. Het moet zo onwaarschijnlijk absurd hebben geklonken dat een onbekende actrice een hoofdrol in een film weigerde dat men mij in die mate burn-out achtte dat ik de pijp uit ging.

En ik dacht aan de keren dat ik een rol kreeg op voorwaarde dat ik vijf kilo zou afvallen omdat ik dan fragieler zou lijken in beeld. En ik dacht aan die keer dat ik door een vrouwelijke regisseur was gevraagd of ik een transgender persoon wilde spelen in een televisiereeks over de achterkant van de prostitutie en dat door omstandigheden de vrouwelijke regisseur werd vervangen door twee mannelijke regisseurs, die besloten dat de transgender rol gespeeld moest worden door een man. Ik kreeg de rol van stoere hoer, wat er in de praktijk vooral op neerkwam dat ik met een ‘attitude’ stond te tippelen in soft focus.

En ik dacht aan die keer dat ik uit een theaterproductie was gestapt, omdat ik op de eerste repetitiedag werd gevraagd om mijn kleren uit te trekken en op de grond te gaan liggen. Waarna mijn medespelers de opdracht kregen om over me heen te pleuren wat ze in de repetitieruimte konden vinden. Toen ik na een paar glaasjes water over mij heen te hebben gekregen een medespeler naar een asbak vol peukjes zag kijken, begon ik te huilen. Zo hard dat de regisseur zich genoodzaakt zag de repetitie stil te leggen en mij en groupe toe te spreken: dat hij erg geschrokken was van mijn reactie en of er iets was wat ik wilde vertellen, of ik misschien een of ander trauma had waardoor ik belemmerd werd in mijn spel. Toen ik geen andere traumatische gebeurtenis kon bedenken dan de repetitie zelf duurde het nog een paar weken eer ik me excuseerde en afdroop richting huis.

En ik speelde de scène nog een keer en dacht aan de andere actrices die op deze stoel hadden gezeten en deze woorden hadden uitgesproken. En ik dacht aan alle vrouwen die naar deze serie zouden kijken, die zich bevestigd zouden zien in hun onzekerheid, die zouden denken dat hun minderwaardigheidscomplex hun eigen schuld was en hun verlatingsangst terecht. Ik dacht aan het hoge aantal burn-outs bij vrouwen, ik dacht aan de tomboy en de sexy ex, de domme, de dikke en de neppe.

En ik dacht aan de essays van Rebecca Solnit, die schrijft over de man als oorzaak van het geweld in de wereld, wat ze zelf een taboe-onderwerp noemt omdat het impliceert dat we het moeten hebben over onze opvattingen van mannelijkheid of – erger nog – over het nog steeds heersende patriarchaat. En ik dacht aan mijn zoontje. En opeens zag ik overal dwingende manbeelden: de man als pater familias, de alfamale, de kostwinner, de doe-het-zelver, de denker… de realistische, werklustige, joviale, plichtsbewuste, de ondanks-dat-alles-en-ondanks-zichzelf-overspelige-man…

Bij mijn thuiskomst in Amsterdam stop ik mijn zoon in zijn bed en mail de casting director dat ik haar dankbaar ben voor de ruimte die ze me heeft gegeven. Er zijn maar weinig casting directors die zoveel moeite zouden doen om een acteur en een regisseur aan elkaar voor te stellen, die een hele zaterdag vrij zouden maken en hun kantoor omtoveren tot een safespace, waar een actrice in hun bijzijn durft te kolven. Maar ik schrijf haar ook dat ik tijdens de casting mijn inhoudelijke weerstand heb ervaren als een remming in mijn spel. En dat ik deze weerstand serieus wil nemen. Ondanks mijn karige tv-cv. Dat ik datgene wat ik tot nu toe wél bereikte te danken heb aan ‘dat koppige, kritische kutstemmetje dat me tot kunstenaar maakt’.

Tot mijn verbazing antwoordt de casting director diezelfde avond nog dat ze, met hoe langer hoe meer professionele jaren op de teller, minder angst voelt om professioneel haar mond open te doen. En dat ze dus alleen maar respect heeft voor mijn beslissing. En eventjes voel ik me heel licht worden vanbinnen, even ebt alle woede weg… Maar in haar mail zegt de casting director ook dat het tijd wordt om mijn zelfrelativering achterwege te laten. Bij deze.

Want nee, het is niet genoeg om als actrice stereotypische vrouwenrollen te weigeren en in mijn werk als theatermaker de woede om deze stereotypering voor het voetlicht te houden. Met een theatertournee bereik ik in totaal tienduizend mensen; een televisieserie op een commerciële Vlaamse zender bereikt avond aan avond honderdduizenden. Als ik eerlijk ben, wil ik niet alleen niet meespelen in deze serie, ik wil dat er niemand meespeelt in deze serie. Ik wil dat er niemand naar deze serie kijkt. Ik wil niet dat deze serie wordt gemaakt. Ik wil dat er nooit meer series worden gemaakt met een vrouwonvriendelijk mensbeeld. Ik wil dat een vrouwonvriendelijk mensbeeld niet meer bestaat.

Een dikke twee jaar na #MeToo bestaan er bewustwordingscampagnes rondom het eten van dieren, nepnieuws en het beschermen van je privacy op het internet. Ik droom van bewustwordingscampagnes die voorkomen dat de helft van de mensheid zichzelf gerepresenteerd ziet als minderwaardig. Want net zoals een overmatige CO2-uitstoot onze ozonlaag verpest, verpesten mensonwaardige vrouwbeelden ons klimaat. Omdat ze heel stiekem een machtsstructuur in stand houden, waarvan we denken dat we er al een eeuwigheid vanaf zijn maar waar we vooral niet graag over praten: die van het patriarchaat.

Ik heb nooit goed begrepen waarom ik me zo gesterkt voelde door #MeToo. Ik ben niet misbruikt. Ik ben hooguit in situaties terechtgekomen waarin ik me ongemakkelijk of onveilig voelde omdat ik een vrouw ben. Ik heb het altijd aan mijn Griekse inborst geweten dat ik me bij het minste gevoel van vernedering terugtrok en mijn eigen plan ging smeden. Een eigenschap die me als vrouw een hoop ellende heeft bespaard maar die me als actrice vaak de das om deed. Werkloze actrices verwijten dat ze een vrouwonvriendelijk mensbeeld belichamen, is een beetje als kleuters in Bangladesh verwijten dat ze door Nike-schoenen te maken een hedendaagse vorm van slavernij in stand houden.

Misogynie kent vele gezichten en niet alle vrouwen beschikken over de middelen die nodig zijn om het te verzachten. Tot vandaag verkeerde ik in de bevoorrechte positie dat ik nooit werkloos ben geweest. Mijn job: geld inzamelen zodat ik rollen kan schrijven waarin vrouwen zichzelf gerepresenteerd kunnen zien als mensen. Ik ben over het algemeen niet afhankelijk van regisseurs, producenten of casting directors om mijn (Amsterdamse) hypotheek te betalen. Ik heb nooit de behoefte gevoeld om een #MeToo-verhaal te delen, omdat ik steeds de ruimte heb genomen om me om te draaien en de deur achter me dicht te trekken, voordat het ‘echt’ mis kon gaan. Maar ik begrijp pas vandaag wat #MeToo me geleerd heeft: dat ‘voorkomen dat het misgaat’ niet de definitie kan zijn van een menswaardig bestaan.

Een jaar na #MeToo benoemde Moira Donegan in The Guardian het tegelijkertijd in- en uitzoomen als de kracht van deze beweging. Of je nu focust op de individuele gevallen van onderdrukking, of onderzoekt welke krachten ervoor zorgen dat er überhaupt nog zoveel onderdrukking is, #MeToo erkent dat misogynie structureel is en dat vrouwen er gezamenlijk belang bij hebben het te bestrijden. Door het ‘too’ van #MeToo is de solidariteit geïmpliceerd, het delen van een persoonlijk verhaal kreeg door de beweging ‘vanzelf’ een politieke dimensie.

En voorbij het woeste verdriet om #MeToo ligt nog steeds een hoopvolle taak om een nieuw mens- en wereldbeeld te scheppen, waarin respect een voorwaarde is en waarin vrouwen niet beperkt worden of vernederd. Die taak relativeren, naïef noemen of bij voorbaat opgeven, speelt precies in de kaart van de sceptici van #MeToo als emanciperende beweging. Volgens Donegan stoelen zij hun weerstand op wijsheid, realisme en vooral volwassenheid. Met andere woorden: wacht maar tot je genoeg op je cv hebt staan alvorens je verontwaardiging over zogenaamd onrecht uit te spreken. Donegan heeft het over het vreemde geloof dat het toppunt van volwassenheid de berustende acceptatie zou zijn dat de wereld niet beter kan worden dan die is.

In plaats van individuele vrouwen beter uit te rusten met middelen om in een vrouwonvriendelijke samenleving te navigeren, moeten we de samenleving zelf transformeren volgens feministische (lees: menswaardige) idealen. Donegan heeft het erover dat vrouwen niet een seat at the table moeten krijgen, maar dat we de tafel zelf uit elkaar moeten halen, zodat we samen een nieuwe kunnen bouwen. Er moeten niet alleen meer vrouwen in de politiek, de politiek moet in haar geheel feministischer. Er moeten niet alleen meer vrouwen in het bedrijfsleven, het bedrijfsleven moet vrouwelijker. En er moeten vooral niet meer vrouwenseries gemaakt worden. De series moeten simpelweg vrouwvriendelijker.

Ik ben geen beleidsmaker, geen CEO en geen bekende actrice. Ik ben een autonome kunstenaar. Ik maak deel uit van een sector die een pioniersfunctie hoort te vertegenwoordigen in onze samenleving. De culturele sector is wel degelijk een invloedrijke industry, zeker als het gaat om culturele uitingen die bingewatch-waardig zijn. Ik zou willen dat alle schrijvers, regisseurs en producenten van dit soort uitingen dezelfde verantwoordelijkheden zouden nemen als autonome kunstenaars. Of ons loon nu met belasting- of sponsorgeld betaald wordt, we zijn allen afhankelijk van kijkcijfers. En kijkcijfers brengen een verantwoordelijkheid met zich mee. Hoe meer kijkcijfers, hoe meer verantwoordelijkheid ten aanzien van de belastingbetaler die onze denktijd bekostigt, of op wie de reclame tussen de uitzendblokken gericht is.

Ik wil mijn moeder en mij gerepresenteerd zien op een manier dat we er beter van worden, op een manier dat we niet gekleineerd worden, gereduceerd tot clichés. Actrices, dat zijn de ambassadeurs van het vrouw-zijn. De tijd dat we poppen waren, die gestalte gaven aan fallische fobieën en fantasieën, ligt ver achter ons. Ik zeg niet dat we geen stoere hoeren, boze stiefmoeders en geile buurvrouwen meer mogen spelen. Maar áls we ze spelen, laten we ze dan op z’n minst voorzien van hetzelfde bewustzijn waarmee we de rest van de wereld trachten te benaderen.

Met elke vrouwenrol die je voorziet van zelfbewustzijn kun je honderdduizenden soortgenoten redden. Speel elke rol als het veelvormige wezen dat je zelf bent: een mens. Bestaande machtsstructuren hebben het niet graag over zichzelf als machtsstructuur. Het patriarchaat maakt liever grapjes, het laat ons liever komische vrouwenfictie bingen, die ervoor moet zorgen dat we niet te veel klagen. En als we stoppen met klagen, mogen we one of the guys zijn. Ik wil niet meer one of the guys zijn. Ik blijf net zo lang klagen totdat mannen one of the girls willen zijn. Het zal ons verbazen hoeveel fobieën en fantasieën we delen.

Bron: https://www.groene.nl/artikel/het-zit-wel-snor-vindt-de-regisseur