Over de voorstelling

Een soort Hades (een tekst van Lars Norén) schetst een scherp, menselijk portret over het leven van een grote groep patiënten, hun familieleden, de artsen en verzorgers in een psychiatrische inrichting. Voorzien van zijn kenmerkende muzikale handschrift maakt regisseur Thibaud Delpeut een intieme en humorvolle voorstelling voor een groot ensemble van topacteurs. In 2015 tourde Een soort Hades door het land. De voorstelling werd door het Nederlands Theater Festival 2016 geselecteerd als één van de beste voorstellingen van het seizoen. Ook werden acteurs Ilke Paddenburg en Hein van der Heijden – die vader en dochter spelen in het stuk – genomineerd voor de Colombina en de Arlecchino, de prijzen voor de meest indrukwekkende ondersteunende rollen. Ilke won de Colombina. De voorstelling was op 3 en 4 september 2016 nogmaals te zien in Stadsschouwburg Amsterdam in het kader van het Theater Festival.

De Nederlandse Toneeljury over Een soort Hades: “In regie van Thibaud Delpeut zien we een soort hiernamaals waarin we stelselmatig onze gektes doorleven. Her en der verspreid over het toneel vinden de kleine en grote, menselijke drama’s plaats, soms absurd en innemend, maar ook diep tragisch. De regie slingert je heen en weer tussen sketches en verhalen die pijn doen en ontregelen omdat je niet kunt uitvinden wat waar is, terwijl het leed diep is. De transparante enscenering en het enorm goede spel van het ensemble vormen een zeer gelaagd geheel.”

De Hades van Norén, een psychiatrisch ziekenhuis waarin de tijd tot stilstand gekomen lijkt, is niet enkel een onderwereld, maar ook een thuis, een veilige haven. In het verhaal maken we kennis met Marie en haar vader, waar een groot geheim, of is het een leugen, wezenlijk contact tussen vader en dochter onmogelijk maakt. Met Jane, met haar problematische verhouding tot haar lichaam en seksualiteit. Met de hyperactieve Julia en haar geliefde Henrik, die haar steeds opnieuw trouw bezoekt. Met Jonny, de vriendelijke verpleger. Met Ulf, de niet langer up-en-coming makelaar met hiv. Met Ben en met Axel, die langzaam naar het avondland van de dementie bewegen, met een getraumatiseerde Bosnische moeder en met vele, vele anderen. En terwijl de tijd verstrijkt, soms langzaam, soms snel, komen nieuwe patiënten binnen en vertrekken anderen. In de rookruimte en de slaapkamers, in de spreekkamers en onder de douche, Norén volgt zijn personages tot onder hun huid. En die van de kijker. Op een even indringende als hilarische wijze geeft de strakke poëtische taal deze mensen een stem om tot ons hart te spreken.

Regisseur Thibaud Delpeut gaf met Een soort Hades een vervolg aan zijn werk rondom de niet-aflatende zoektocht van de mens naar duiding en zingeving. Net als Norén zette hij de zwakkeren in onze samenleving centraal in een tijd van maakbaar geluk en afbrokkelende zorg.

Een soort Hades (1996) werd oorspronkelijk geschreven voor de Zweedse televisie maar werd in 1997 door Toneelgroep Amsterdam omgewerkt tot een roemruchte theatervoorstelling in een regie van Gerardjan Rijnders. Het stuk wordt algemeen gezien als een keerpunt in het werk van Lars Norén. Na zijn beklemmende familiedrama’s in hotels of huiskamers en met slechts een beperkt aantal personages, richtte hij zich nu op de onvolkomenheden in de volle breedte van de maatschappij. Met vlijmscherpe observaties tekent hij de onderbedeelden, de weerlozen en de sensitieven van ziel met daaronder de oproep tot compassie en begrip voor diegenen voor wie het leven altijd weer net een maat te groot blijkt.

Lars Norén is in 1944 geboren in Stockholm, Zweden, in een familie van hoteliers. Hij begint op al zijn twaalfde met het schrijven van gedichten. En het is dan ook de poëzie waarmee als schrijver hij vanaf 1962 zijn eerste bekendheid verwerft. Na de dood van zijn moeder in 1963 beleeft hij een ernstige episode van schizofrenie en wordt hij opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Maar hij herstelt en debuteert tien jaar later ook als schrijver van dramateksten, ook al komt het echte succes pas in de jaren tachtig met werken als De nacht, de moeder van de dag (1982), Demonen (idem) en Stilte (1984).

Geweld is nooit ver weg in de stukken van Norén. Binnen de bij hem altijd bedrieglijke intimiteit van de familie strijden verlatingsangst, alcoholisme, onderdrukte seksualiteit en paradoxale verlangens om een plek op de voorgrond. Via een diepe crisis voert hij zijn personages desondanks naar de mogelijkheid van inzicht, groei en verlichting. Vanaf midden jaren negentig verbreedt hij zijn blik. In een meer en meer sociologisch georiënteerd theater richt hij zich nu op de maatschappelijk ontheemden in onderlagen van de verstedelijkte Westerse samenlevingen.

Een wrang hoogtepunt in zijn in Zweden toch al controversiële carrière is de door hemzelf geregisseerde opvoering van zijn stuk 7:3 in 1999 . Voor dit stuk werkte hij met rechts-extremistische gedetineerden die tijdens hun verlof in de opvoeringsperiode een bank overvielen waarbij twee politieagenten het leven lieten.

Norén heeft meer dan 40 toneelstukken geschreven en hiervoor talloze prijzen ontvangen. Hij is ook actief als regisseur en schrijver van romans. Zijn werk wordt over de hele wereld gelezen en gespeeld en hij wordt algemeen beschouwd als dé opvolger van Ibsen en Strindberg.

Credits

tekst: Lars Norén
vertaling: Karst Woudstra
regie: Thibaud Delpeut
spel: Claire Bender, Peter Blok, Guy Clemens, Joost Bolt, Astrid van Eck, Bram Gerrits, Hein van der Heijden, Wendell Jaspers, Jesse Mensah, Titus Muizelaar, Ilke Paddenburg en Vincent van der Valk
scenografie: Roel van Berckelaer
kostuumontwerp: Wojciech Dziedzic
lichtontwerp: Casper Leemhuis
dramaturgie: Joris van der Meer
castingadviezen: Hans Kemna
tourneeplanning: Finkers Theaterbureau

Lees meer