Saman Amini's Integratieplan door NRC ★★★★★

NRC ★★★★★ - Vrijdag 14 oktober 2022

Steengoed cabaret van Saman Amini over de onmogelijkheid van integreren

door: Ron Rijghard

"Taal is alles", stelt Saman Amini al vroeg in zijn voorstelling Saman Amini’s Integratieplan. Kunnen communiceren is vitaal om te kunnen integreren in een nieuw land en daarom is hij boos op zijn vader, die niet zijn best doet. Om te demonstreren hoe hij het leerde in het azc laat hij de zaal een kinderversje opdreunen. „Heb ik altijd al willen doen, uit wraak”, zegt hij erbij. Tegelijk hoeft hij een witte bezoeker maar één woord in het Farsi te laten brabbelen om te etaleren hoe moeilijk taalverwerving is.

Zijn plan is het om Begasima te worden: de Beste Geïntegreerde Allochtoon Sinds Maxima. En hoe dat lukt houdt hij sarcastisch exact bij: met scores in percentages. De 33-jarige Amini vertelt verhalen over zijn jeugd: opgroeien in Iran, op zijn elfde naar Nederland, zes jaar azc, toneelschool Maastricht. Na elke anekdote past hij zijn integratiescore aan: 10 procent, 32 procent. Bij een stijgende score floepen er in het woud van lampjes op het toneel steeds meer lichtjes aan, alsof de sterrenhemel groeit bij een gevorderde integratie. Een mooie illusie, laat Amini zien.

Opmerkelijke overstap
De beklemmende verhalen over zijn worsteling met de taal en de Nederlanders zijn vaak ook geestig, want als succesvolle theatermaker, acteur, schrijver en zanger (winnaar van de Toneelschrijfprijs, genomineerd voor een Edison) zet hij de opmerkelijke overstap naar cabaret. Eerder dit jaar deden actrices Jacqueline Blom en Anniek Pheifer hetzelfde. Dat laat zien hoe dicht de genres elkaar zijn genaderd en hoe ze elkaar ook overlappen en beïnvloeden. De vorige voorstellingen en solo van Amini, over dezelfde ernstige materie, waren evengoed lichtvoetig gebracht. Zie ook hoe iemand als Nasrdin Dchar op succesvolle wijze verhalen over uitsluiting en onbegrip vertelt en een balans tussen het tragische en het komische vindt.

Amini bereikt op zijn eigen wijze een perfecte symbiose tussen cabaret en theater, tussen licht en donker, tussen trauma en relativering. Gevoelvol zingzegt hij zijn dromerig getoonzette, mooi geformuleerde liedjes, op piano en bas, over een opgejaagd gevoel, over de vraag wat God wil en over zijn ideeën over de inrichting van dit land.

Patatschepper
Zijn aanvankelijk overweldigende liefde voor Nederland smelt weg door zijn ervaringen met racisme en discriminatie en het nooit aflatende wantrouwen jegens vreemdelingen, die worden bejegend als profiteurs en baantjesinpikkers. Dat is goed voor een sneer over honderdduizenden vacatures en zijn carrière als afwasser en patatschepper. Ondanks manmoedige pogingen te integreren groeit hij op tot een „bang, boos jongetje van zeventien”, die een scheldende witte gast zijn „Al Qaida-gezicht” toont, terwijl hij hem liever een kop thee zou aanbieden. „Soms schrik ik van mezelf.”

Al dat gif en venijn verpakt Amini subtiel in bitterzoete anekdotes, met zijn deelname aan het tv-programma Puberruil als hilarisch hoogtepunt. De pijn en de lach zijn bij hem onlosmakelijk verbonden en dat leidt tot een ontroerende climax tijdens een avondje voetbal kijken in het gezelschap van de witte vrienden van zijn vriendin. Ontspannen en gezelligheid, hij wil het ook, schreeuwt hij kermend uit, maar het lukt niet. Zoals hij al zong in een potpourri van verknipte popsongs: hij is in dit land „Forever Turk” (naar Alphaville). Die confronterende conclusie maakt Integratieplan tot een steengoede voorstelling, die de bezoeker nog lang zal heugen.

Bron: https://www.nrc.nl/nieuws/2022/10/14/steengoed-cabaret-van-saman-amini-over-de-onmogelijkheid-van-integreren-a4145179