De voorstelling FRANK van choreograaf Cherish Menzo bij GRIP en Theater Utrecht in samenwerking met Dance On Ensemble beleefde vorige maand z'n wereldpremière op Kunstenfestivaldesarts in Brussel. De performance onderzoekt de figuur van het monster. Natalie Gielen van het Vlaamse tijdschrift voor podiumkunsten ETCETERA en theatermaker en performer Maliqa Fye schreven elkaar een brief over monsterlijkheid, en zoveel meer. Lees het hier! De Nederlandse première van FRANK is op 9 juli tijdens festival Julidans in Theater Bellevue. Lees hier meer over de voorstelling en bekijk de speellijst.
Van: Natalie Gielen
Aan: Maliqa Fye
Berchem, 29 mei 2025
Beste Maliqa,
Wat is monsterlijkheid voor jou?
Ik ontmoette jou nog maar pas, en door omstandigheden spraken we elkaar niet meer na de voorstelling. Ik open dus met een vraag van formaat. Voor jou, en voor onze medelezers.
Ik zal zelf ook eerlijk antwoorden. Frank. Het woord monsterlijkheid laat beelden voor mijn ogen flitsen. Mannen die vanuit de schaduw tevoorschijn springen, mannen in kreukloze donkere pakken die op wit papier een handtekening zetten die levens vernietigt, het gapende zwarte keldergat waarin ik als kind niet durfde afdalen uit schrik voor abstracte monsters. Mijn verbeelding van het monsterlijke laat zich nogal clichématig samenvatten als het geweld van mannen en de angst voor het onbekende dat in het donker schuilt, in zwart-wit.
Natuurlijk stel ik je die openingsvraag omdat Cherish Menzo het monsterlijke onderzoekt in FRANK. Ze doet dat aanvankelijk aan de hand van contrasten. Ik beschrijf even voor onze medelezers op welke manier in het zwart gehulde figuren op de bühne verschijnen. Misschien is ‘verhulde’ een betere formulering, want ze gaan op in de schaduw. Bovendien bevinden ze zich achter transparante, plastic gordijnen (die me doen denken aan quarantaine) aan de zijkant en vooraan het speelvlak. Later zullen hun zwarte regenjassen scherp afsteken tegen de achtergrond van een fel verlicht, wit projectiescherm en dito dansvloer, en het bloedrode touw dat van het plafond naar beneden bungelt. Stroboscopisch licht doet hun lichamen opflikkeren als in een oude horrorfilm.
“Wat Menzo duidelijk meeneemt uit Frankenstein is hoe monsterlijkheid wordt gezien in fel licht en in de ogen van anderen, als vooringenomen beeldvorming én als fysieke sensatie.”
Dit spel met licht en donker, verhullen en onthullen speelt ook Mary Wollstonecraft Godwin aka Mary Shelley in haar gotische roman Frankenstein (1818), waarnaar de titel van Menzo’s voorstelling verwijst. Daarin doemt het ‘creatuur’ dat Victor Frankenstein heeft geschapen op uit de duisternis. Een lichtflits onthult een figuur die als groot, onmenselijk en misvormd wordt omschreven. Ik weet niet of en hoe jij de roman hebt gelezen, maar ik leefde mee met dat zogenaamde monster, dat er eigenlijk niet zo heel erg monsterlijk leek uit te zien met zijn lange gestalte en waterige ogen. Aanvankelijk zachtaardig, werd het tot geweld en waanzin gedreven door de afwijzende blik van de anderen. Wat Menzo duidelijk meeneemt uit Frankenstein is hoe monsterlijkheid wordt gezien in fel licht en in de ogen van anderen, als vooringenomen beeldvorming én als fysieke sensatie.
Monsterlijk, dat ben ik ook als witte vrouw van wie de blik door een westers, koloniaal verleden wordt gekleurd – witte schuld en onschuld inbegrepen, ook al probeer ik die blik uit te dagen via lectuur, dialoog en studie. Monsterlijk is het intergenerationele trauma van kolonisering dat we allemaal, denk ik, belichamen, zoals therapeut en traumaspecialist Resmaa Menakem beschrijft in zijn boek My Grandmother’s Hands. Menakem legt daarin uit hoe onze traumacultuur niet los te koppelen valt van racisme en kolonisering: de white-body supremacy heeft niet alleen onze hersenen, maar ook onze lichamen aangetast.
“Menzo brengt niet in beeld wat monsterlijkheid is, maar hoe monsterlijkheid tot stand komt.”
Net in die fysieke ervaring schuilt voor mij de ongelofelijke kracht van FRANK. Menzo evoceert immers de manier waarop de witte, koloniale blik de beeldvorming van zwarte lichamen vervormt. Ze brengt niet in beeld wat monsterlijkheid is, maar hoe monsterlijkheid tot stand komt. Dat wordt niet zozeer geportretteerd of uitgelegd, maar op een intens zintuiglijke manier belichaamd door de fenomenale performers (Menzo, Omagbitse Omagbemi, Mulunesh en Malick Cissé). Hun gezichten gaan schuil onder een regenkap of in een schaduw, worden vertrokken uitgelicht in een verkrampte schreeuw of lach, hun bewegingstaal is grotesk, vervormd, vaak vertraagd, rondkruipend, dan weer bijna maniakaal gejaagd, hoekig, dan weer vloeiend, soms verstommen hun lichamen, dan barsten ze uit in geroep of gezang, soms vormen ze één (monsterlijk?) lichaam, als een spin of een reus? Soms verschuilen ze zich, dan weer manifesteren ze zich – ergens tussen dwingend en triomfantelijk in. Het ritme van de dwingende soundscape door geluidskunstenaar Maria Muehombo stuurt hen aan. De kawina-muziek van de Surinaamse Anne Goedhart vormt daarvoor de basis, maar wordt vermengd met referenties aan klassieke horrorfilms (onweergeluiden, gegil), het reggaenummer Bam Bam dat afwisselend dansbaar en dreigend als een mantra wordt gezongen of uitgesproken… De sterk aanwezige belichting doet de dansvloer wit, zwart, geel, oranje, rood en groen kleuren of stroboscopisch flikkeren. Voelde jij FRANK ook in jouw lichaam, Maliqa?


