‘We moeten veranderen hoe we op crisis reageren’, zegt de zich tussen Nigeria en India bewegende filosoof Báyò Akómoláfé. Dat choreograaf Cherish Menzo, toegetreden tot de artistieke kern van Theater Utrecht, het denken van Akómoláfé erbij pakt begrijp je: haar werk verhoudt zich op het scherp van de snede tot crisis – specifiek tot de vervorming van zwarte levens en geschiedenis.
Na het diepgravende en esthetisch vormgegeven DARKMATTER, vorig seizoen in de prijzen gevallen, maakt ze nu het ongemakkelijke, ontoegeeflijke FRANK,een essayistische dansperformance rond ‘het monsterlijke’. Frankenstein van Mary Shelley beweegt mee in de verte, de monsters die we van onszelf en elkaar maken. FRANK is specifiek te lezen als een zorgvuldige deconstructie van het monsterlijke dat zwarte levens en lichamen is aangedaan door witte plantagehouders. Het werk loopt door de zaal de wereld in, in de vorm van begeleidende essays en teksten, meegeschreven door Khadija El Kharraz Alami. Deze teksten geven je blik op de voorstelling, die nergens pleaset, of tegemoetkomt, een richting.
Vormgeefster Morgana Machado Marques maakte een ruimte afgebakend door doorschijnende plastic gordijnen. Het leest als een laboratorium en quarantaine plek ineen. Drie performers, Malick Cissé, Mulunesh, Omagbitse Omagbemi, en Menzo zelf bewegen in zwarte regenjassen als detectives het verleden in. Ze zijn ook te duiden als opgejaagden, als gefragmenteerden, als door de geschiedenis vervormden. Vervorming wordt als choreografisch leidmotief gebruikt om bewegingsmateriaal te genereren. Cherish Menzo wil laten zien hoe aftakeling iemands bewegingen kan beïnvloeden. De bewegingen en ook de geestelijke gezondheid van de performers zullen uiteindelijk uit elkaar vallen. De hele theatrale ruimte zal uit elkaar vallen. De hele werkelijkheid moet instorten en wijken om plaats te maken voor het nieuwe.
De vervreemding en vervorming die Menzo zoekt komen tot stand met elementen uit de horror. Soundscape, vormgeving: alles ademt het unheimische en het angstaanjagende. Kort komen zo ook de films Get Out en Us van Jordan Peele in gedachten. Het monsterlijke is bij Menzo nergens eenduidig, geen begin en geen eind, het monster is buiten en binnen tegelijk. Zo wordt de verwarring ook: Or is the call coming from inside the house? Geïnternaliseerde monsterlijkheid? Monsterlijkheid als wapen om mee terug te vechten.
IJselijk stil is het in de zaal als tegen het einde van FRANK het Surinaamse kinderliedje Faya siton no bron mi so, no bron mi so klinkt. Een op het eerste oog onschuldig klinkend kinderliedje waarin van oudsher een steen werd doorgegeven door een kring kinderen. De vertaling op groot scherm loopt mee. ‘Vuursteen, brandt me toch niet zo.’ De een na laatste strofe vertaald als ‘Alweer heeft meester Jantje een kind vermoord’. De doorgegeven steen een metafoor voor het hete suikerriet, waar ongehoorzamen mee overgoten zijn. Allemaal nasmeulende brokstukken. Zit bij de brokstukken, is wat FRANK ons te zeggen heeft: kijk ernaar.
Bron: De Groene Amsterdammer - door Han van Wieringen
