Bij Theater Utrecht wordt de politieke orde het scherpst bevraagd, zegt directeur Anne Breure

woensdag 24 september 2025

Creatief directeur Anne Breure

Data-c.jpg

Na jaren van betrekkelijke stilte komt Theater Utrecht dit jaar goed op stoom, dankzij een deels nieuw artistiek team van zes theatermakers. De nieuwe fase wordt beklonken met de verhuizing naar een nieuw pand. Directeur Anne Breure: „Een goede voorstelling is een steen in de vijver.”

De bouwspullen staan nog in de hal, waar werklieden bezig zijn met de afwerking. Komend weekend moet het af zijn, want dan opent Theater Utrecht de deuren voor het publiek in het nieuwe onderkomen, een groot, vrijstaand pand in het centrum, naast de spoorlijn. De ruime hal wordt gedomineerd door een enorme trap, van het formaat Engels landhuis. Die leidt naar de bovenverdieping waar zich kantoren en een kleine theaterzaal bevinden. Beneden bevinden zich studio’s en een grotere theaterzaal, waar regisseur Casper Vandeputte nu zijn nieuwe voorstelling, Confrontaties, repeteert.

De verhuizing van De Paardenkathedraal naar dit nieuwe adres bestendigt een nieuwe fase voor Theater Utrecht. Na het vertrek van artistiek leider Thibaud Delpeut in 2022 werd Anne Breure (1988) aangesteld als ‘creatief directeur’. Na een periode van relatieve rust en betrekkelijk weinig producties is het gezelschap dit jaar op stoom gekomen, dankzij het nieuwe team van zes theatermakers.

Want Breure is geen artistiek leider die zelf regisseert, zoals bij de meeste grote theatergezelschappen gebruikelijk: Eline Arbo bij ITA, Eric de Vroedt bij Het Nationale Theater en Daria Bukvic bij Theater Oostpool. In plaats daarvan heeft Theater Utrecht een artistiek team van zes makers. Medio 2024 werden Carolina Bianchi, Cherish Menzo en Jaha Koo toegevoegd aan het reeds aanwezige trio makers: Casper Vandeputte, Floor Houwink ten Cate en Naomi Velissariou.

Dat levert een zestal op dat op het eerste gezicht niet verschillender zou kunnen zijn. Elk heeft op eigen wijze naam gemaakt met spraakmakende voorstellingen: Velissariou met de theaterconcerten Permanent Destruction en Hardkoor, Menzo met de dansvoorstelling Darkmatter, Houwink ten Cate met het documentaire theaterstuk Battlefield of Dreams, Bianchi met haar fysieke performance in Brotherhood, Vandeputte met het teksttoneel van Versus en Koo met de culinaire performance Haribo Kimchi. Dit jaar laat Theater Utrecht zien dat het in deze nieuwe samenstelling in principe beter en interessanter is dan ooit.

Op een klapstoel in de bovenzaal doet Anne Breure de werkwijze en haar opvattingen over haar gezelschap uit de doeken.

Waarom zes makers onder de paraplu van één gezelschap?

„Ik geloof sterk in meerstemmigheid. Wij hebben verschillende makers met verschillende praktijken die met hun voorstellingen elk hun eigen voorstellen doen om naar de wereld te kijken. Zij brengen ons de verhalen die nu belangrijk zijn. Ik zie dit huis als een soort bijenkorf waar makers elkaar beïnvloeden, en waar er een wisselwerking is met de wereld.

„Als er één artistiek leider is, dan zet die het gezelschap naar zijn hand en heb je één manier van werken. Dat willen we niet. Ik denk dat dit de beste vorm is, omdat meerstemmigheid zit in alles wat we doen.” 

Is het sterke eigen profiel van deze makers, waardoor ze niet direct met Theater Utrecht worden geassocieerd, niet een probleem?

„Ik vind het vooral belangrijk dat hun werk overal terechtkomt. Of onze naam wel of niet vooraan staat, is oud gedacht.”

Theater Utrecht is een ‘stadsgezelschap’. Wat betekent dat?

„Wij zijn het FC Utrecht van het theater. De stadsschouwburg is ons stadion en dit huis het trainingsveld. Wij hebben een verantwoordelijkheid als het gaat over het aanjagen van ontwikkelingen in het theater en als het gaat over talentontwikkeling. En we moeten ervoor zorgen dat de stad hier binnenkomt, en dat wij de stad ingaan.

Is het meten van bezoekersaantallen de manier waarop we het gesprek willen voeren over theater?

„We zoeken steeds naar Utrechtse partners. We werken met het Utrechtse talentenplatform DOX en in 2027 gaat Casper bijvoorbeeld een project met een Utrechtse tbs-kliniek doen als hij Woyzeck gaat regisseren.

„We willen diep lokaal geworteld zijn, maar ook sterk internationaal verbonden zijn. Carolina toert internationaal en staat op de Biënnale van Venetië, Jaha speelt in Singapore. Dit FC Utrecht speelt ook uit.”

Volgens het beleidsplan bewaak jij de artistieke signatuur. Wat is die signatuur?

„Deze makers vertrekken vanuit verschillende disciplines, maar wat hen bindt zijn vooral de onderliggende waarden. Het gaat erom de politieke orde scherp te bevragen, met maximale impact, en meerstemmig te zijn. Als ik kijk naar het Nederlandse theaterveld, dan denk ik dat deze makers het scherpst op deze waarden zitten. Dit zijn makers die risico’s durven nemen. Als je naar Theater Utrecht komt, ga je sowieso een spannende, politieke, impactvolle avond hebben. Al is dat bij Casper anders dan bij Floor.”

Geloof je in de kracht van theater om mensen anders te doen denken?

„Nou kijk, als je mensen meer wilt laten bewegen of minder wilt laten drinken, dan kun je beter een voorlichtingscampagne opzetten. Maar wat kunst vermag, is ons op een andere manier laten kijken naar ideeën en opvattingen. Alles wat wij doen, als mens, als samenleving, is een keuze. Kunst kan het aantal keuzes verbreden, de schijnbare eenduidigheid van zaken doorbreken. Niet door iets voor te schrijven, maar door je iets laten voelen.”

Wat is bij al die verschillende producties de bijdrage van Theater Utrecht?

„We maken ze mogelijk, we produceren en financieren ze. We kijken naar wat een voorstelling nodig heeft. Het begint met het artistiek gesprek. Soms is er een prachtig voorstel waarvan je zegt: de scherpte is er niet, wat gaat het uitdagen? Daar werk je dan aan.”

Praat jij als creatief directeur mee als deze makers aan een voorstelling werken?

„Ja, maar vooral in het voortraject. Ik probeer de maker te stimuleren scherp te zijn. Bij Confrontaties praat ik met Casper over de componist, de choreograaf, de cast, de uitgangspunten. Ik ben afgestudeerd als maker, in 2011, en die manier van denken gaat nooit weg. Die maakpraktijk zet ik voort. Maar ik zeg nooit tijdens het repetitieproces: ‘Volgens mij moet die acteur drie stappen naar links’, of ‘Ik zou deze alinea schrappen’. Ik zit meer op de randvoorwaarden.

„Voor mij gaat het uiteindelijk om de impact van voorstellingen en om wat ze in beweging zetten. In dit huis willen we verschillende belevingswerelden elkaar laten ontmoeten. Dat is iets wat we te weinig zien in deze samenleving.”

Wat is de beweging in ‘wat ze in beweging zetten’?

„Bij een gesprek na Battlefield of Dreams van Floor, een voorstelling over kinderen krijgen en ongewenst kinderloos zijn, vertelde een bezoeker over een bevalling en dat de behandeling eigenlijk niet oké was. Dat was heel open. En iemand van een organisatie zei: mijn hele team is geweest en er volgde een gesprek. Dat is beweging. Een goede voorstelling is een steen in de vijver.”

Is dat voor jou de norm voor een geslaagde voorstelling: hoe publiek reageert?

„Waar we op gemonitord worden zijn bezoekersaantallen. Maar is dat de manier waarop we het gesprek willen voeren over theater? De goede vraag is denk ik: wat zet theater in beweging? Dat merk je aan mails die je krijgt, aan gesprekken. Hoe we dat meten en vastleggen, moeten we nog verder ontwikkelen.”

Jullie zijn op zoek naar ‘nieuw publiek’. Hoe bereiken jullie dat?

„Door de thematiek van voorstellingen en wat we daaromheen doen. Het thema van Battlefield bijvoorbeeld spreekt ook publiek aan dat doorgaans niet naar theater gaat. Eromheen organiseerden we een fototentoonstelling, een debat in de Balie, een podcast, en we maakten kleine boekjes, die we verspreidden in wachtkamers van verloskundigen, ivf-klinieken en abortusklinieken. We willen de mensen vinden waar ze zijn, en ze dan uitnodigen. We noemen dat metrolijnen, want je kan op verschillende haltes instappen en bij de voorstelling terechtkomen.”

Het is helaas moeilijk instappen bij het op het Holland Festival bejubelde ‘Brotherhood’ van Bianchi, omdat het niet meer te zien is. Waarom is dat?

„Ze gaat nu eerst op een internationale tournee. In seizoen 2026/2027 gaat ze in Nederland spelen, maar minder dan bijvoorbeeld Casper. Daar zit een visie achter, want ze zijn complementair en de thematiek van de voorstellingen spreekt zeer verschillend publiek aan. De ene voorstelling wordt in Leeuwarden geprogrammeerd, de andere niet.”

Je wilt Bianchi toch ook in Leeuwarden laten zien?

„Nee, ik denk niet dat elk werk overal hoeft te staan. We kijken wat we waar kunnen neerzetten. Waar is welk publiek? Hoe bouw je dat op? En daar hebben we dat publiek nog niet opgebouwd.”

Het publiek is er nog niet klaar voor in Leeuwarden?

„Dat bedoel ik niet. In principe is het natuurlijk zo dat ik alle voorstellingen overal aan iedereen wil laten zien, maar het is wel zo dat je kijkt op welke plek een maximale impact te behalen is. Dus je kan niet overal spelen, helaas. Maar als Leeuwarden het graag wil hebben, dan vind ik dat te gek. Laat ze vooral bellen.”


Bron: NRC