Immens in Oerol vriendenkrant

Oerol vriendenkrant - 01 november 2018

INTERVIEW Casper Vandeputte: Die zucht naar avontuur

casper-vandeputte.jpg

Door: Sara de Monchy

Zelfs als je afgelopen zomer op Oerol was, is er een grote kans dat je IMMENS hebt gemist. Logisch: IMMENS stond in geen enkel programmaboekje, op internet was de voorstelling niet te vinden. Toch speelde het stuk, stiekem. Je liep er tegenaan, als je geluk had. Dan kreeg je een geheime uitnodiging per WhatsApp of werd je opeens, op weg naar een andere voorstelling, meegetrokken naar het podium door een gekke man met een petje op, en zag je daar Fritz oreren, de 21ste -eeuwse vertolking van Friedrich Nietzsche. Vier maanden na dato, op een koude oktoberdag in Amsterdam blikken we met Casper Vandeputte (1985) terug op de geheime try-out die hij maakte, willen we weten hoe hij naar het festival kijkt en waarom het hem zo goed past.

“Ik heb IMMENS samen met acteur Vincent van der Valk bedacht. (Vincent kon er tijdens het interview helaas niet bijzijn). Wij wilden al lang samen een soort remake van Nietzsches gedachtegoed maken, een show waarin we zijn ideeën naar de 21ste eeuw brengen, onze fascinatie met deze man vormgeven.’‘

“Ik ben maker bij Theater Utrecht. Daar had ik met mijn team bedacht dat Oerol de perfecte plek zou zijn voor de voorstelling die Vincent en ik in ons hoofd hadden. Toen we bij het festival aanklopten kregen we groen licht: we kregen een productieleider van het festival én ultieme vrijheid om ons experiment uit te voeren. We hadden zes weken voor het festival begon de tijd genomen: eerst dachten we academische Nietzsche-experts te moeten worden om theater met zijn gedachtegoed te durven maken, maar we lieten onszelf al snel vrij in onze interpretaties van zijn werk. Nietzsche breekt met de christelijke kerk, wij doen dat met het consumentisme. Oerol bood ruimte vrij te denken: niet goed is ook goed, geen voorstelling is ook een voorstelling. Zo’n manier van ‘Nietzsche breekt met de christelijke kerk, wij breken met het consumentisme’ maken is in deze tijd waarin alles maanden, zo niet jaren van tevoren in solide plannen moet worden vastgelegd best bijzonder. We schreven speeches, verzamelden dagboekfragmenten en maakten liedjes. Uit dat werk werd het personage Fritz geboren, gespeeld door Vincent: een soort arrogante, kwetsbare vogel met een enorme zonnebril op. Met Fritz, een draagbare geluidsspeler en tachtig pagina’s aan materiaal kwamen we aan op Oerol. De enige afspraak met onszelf? Elke dag een performance doen. We zijn in een stacaravan gaan zitten en begonnen. We waren vet zenuwachtig.” “De eerste dag was een ramp. We mochten meedoen als gast in een soort talkshow, Vincent was in z’n rol als Fritz, en de talkshow host werd helemaal gek van dit vage figuur. Vinnie deed een totaal onverstaanbaar lied, heel gênant.”

“Op dag drie hielden we een durational performance. In zo’n performance speel je de hele dag door op één plek, waar je als publiek mag aanschuiven en weggaan wanneer je wil. We kozen een meertje, op een prachtige plek in de duinen. Het was bloedheet. Vinnie stond daar als Fritz, ik zat in de rol van de manager van Fritz onder een parasol, omdat ik kaal ben en levend verbrand daar op die hei, met allemaal A4’tjes en een draagbare luidspreker. Fritz speelde verschillende scènes en ging maar door, meer en meer mensen kwamen op het spektakel af. Op een gegeven moment zong Vinnie een nieuw lied dat nog half af was en waarvan het metrum niet helemaal klopte. Ergens tijdens het zingen steeg ‘ie helemaal boven zichzelf uit en toen hadden we het opeens echt geraakt.

“Vanaf die dag wisten we een beetje hoe het volgend jaar zou moeten gaan, hoe we IMMENS, de “echte” show, aanstaande zomer moeten gaan aanpakken. We moeten de Nietzscheaanse vaagheid combineren met momenten van extase. We zijn al hard aan het schrijven voor 2019 en gaan over twee weken op locatiebezoek.”

“Ik ben heel blij dat ik volgend jaar weer op het terrein rond mag lopen. Toen ik voor het eerst op Oerol kwam was ik onzeker over wie ik was als maker, net afgestudeerd, en vroeg me af of ik ooit toe mocht treden tot het coole groepje. Nu ben ik zekerder over mezelf en kijk ik in plaats van alleen naar mijn collega’s meer naar het publiek. Er is totale overgave bij de bezoekers, ze lijken dichterbij hun gevoel te staan dan het gewone theaterpubliek, hier komen ze echt om een avontuur te beleven. Het theater op Oerol is zoals het Griekse vroeger: dat deed je niet eventjes ‘s avonds, nee, daar trok je de hele dag voor uit. Je werd dronken en bleef tot diep in de nacht. Dat is wat ik voel als ik op Oerol ben: er is een zucht naar avontuur. Die sfeer slaat over op mij, ik lijk hier meer te durven, minder bezig te zijn met de mores van wat op dit moment in de mode is. En die overweldigende manier van theatermaken en kijken lijkt heel erg op hoe Nietzsche het voor zich ziet: als mens ben je onaf. Jijzelf, je omgeving, het klopt misschien allemaal niet, maar alsnog durf je het leven aan te gaan in z’n totale complexiteit.”

Foto: Robin Clemens